Het is niet noodzakelijk dat Bonsai
altijd een boom is. Ook een struik of plant kan een goede Bonsai worden, mits
de stam goed verhout en de bladeren klein zijn.
Voor de meeste westerlingen is het
bijzondere van Bonsai het kunstmatige verkleinen van bomen, vaak keurt men dit
af als tegennatuurlijk.
Toch is dat merkwaardig. De
westerse benadering van de natuur is namelijk veel meer “heersend” dan de
oosterse. De westerling maakt de natuur aan zich ondergeschikt: geometrische
perken, geschoren heggen, kaarsrechte lanen. Allemaal door de mens bedacht.
Pas als er niets meer bij kan, is de westerse tuin af.
Voor de Japanners ligt dat heel
anders. Zij voelen zichzelf onderdeel van de natuur en zoeken daarin hun
plaats. Dit geldt ook nog steeds voor de stedelingen. Men is sterk gericht op
de seizoenen en de vrije natuur blijft, ook in de tuinaanleg, hun grote
voorbeeld, waarbij vooral naar rust en evenwicht wordt gestreefd. Een tuin in
Japan is af als er niets meer kan worden
weggelaten.
Dit geldt ook voor Bonsai. Ook hier
is de natuur een voorbeeld. Uitgegaan wordt van normale in de natuur
voorkomende bomen, en technieken die gebruikt worden zijn geen andere dan die
iedere tuinman toepast.
Men probeert, als “kunstenaar”, de
essentie van een boom weer te geven. Alleen datgene wat daartoe dient wordt
gehandhaafd, de rest valt af. Ook in Bonsai is de hoogste vorm bereikt als er niets meer weggelaten kan
worden.
Loofbomen
Coniferen mogen voor bonsai het
meest bekend zijn door de import uit Japan, voor onze streken zijn loofbomen
toch bijzonder aantrekkelijk om te gebruiken.
Behalve op hoger gelegen gronden
zijn loofbossen het overheersende kenmerk van onze noordelijke landen.
Wie ooit in een ouder beukenbos
heeft gelopen, waarin de kruinen elkaar raken en men zich als in een kathedraal
voelt, weet wat een rijkdom we daarmee bezitten.
Het groeiseizoen duurt tussen de
100 en 200 dagen. Er valt in deze streken over het gehele jaar regen en de
temperatuur is gemiddeld 8 á 10 graden Celsius.
Waarbij nu en dan extreem hoge en
lage waarden voorkomen.
Bij loofbomen denkt men aan bladval
in de herfst. Er zijn echter ook altijd groen loofbomen: hulst, steeneik,
olijf, laurier enz. Ook die verliezen wel bladeren, maar niet allemaal
tegelijk.
Voordat een blad afvalt, trekt de
plant stoffen terug en slaat die op in de stam en wortels. Die zijn belangrijk
als voedsel voor nieuwe groei. Het blad verkleurt dan omdat chemische reacties
plaats vinden.
Er vormt zich een kurklaagje tussen
de tak en de aanzet van de bladsteel, daardoor raakt het blad los. Het is een
actief proces, de boom “sterft” niet.
Plantkundig behoren de loofbomen
tot de bedektzadigen – coniferen zijn naaktzadig – en ze zijn tweezaadlobbig.
Bij de kieming ziet men dan ook steeds eerst twee blaadjes verschijnen – bij
coniferen een bosje naalden.
Over het algemeen zijn de
bladschijven tamelijk groot, uitgezonderd de tamarix. Voor de bonsaicultuur is
dat minder gunstig omdat de verhoudingen
dan verkeerd uitvallen bij de verkleining van de boom.
Daarom passen we bladverkleining
toe door middel van tussentijdse bladsnoei.
Dat lukt bij de ene soort beter dan
bij de andere, maar meestal geeft het een goed resultaat.
Bij insnoeien van takken let men op
knoppen en slapende ogen. Men kan daarmee, vaak beter dan met bedraden, de vorm
beïnvloeden,
als men er eenmaal oog voor krijgt.
Wondbehandeling is bij
loofbomen erg belangrijk, meer dan bij coniferen, die zelf hars produceren.
Het boeiende van deze bomen
is het verschil in seizoenen. Juist in de winter komt het skelet goed uit en
men krijgt een goede kijk op het karakter van de boom en de plaatsing van de
takken.
Bonsai voor binnenshuis
Bonsai, dat is nu wel bekent, is
een techniek, een kunst als men wil, die toegepast wordt op normale in de natuur
voorkomende bomen.
De laatste tijd komt meer en meer
vraag naar Bonsai die binnenshuis gehouden kunnen worden. Begrijpelijk, ook wie
weinig of geen buitenruimte heeft kan worden gegrepen door de mooie vormen.
Extra moeilijk hoeft het niet te zijn: planten voor Bonsai, of ze nu binnen of
buiten gehouden, moeten voldoen aan precies dezelfde voorwaarde (houtige stam,
kleine bladeren enz.) waaraan alle Bonsai moeten voldoen en vragen precies
dezelfde technieken. Wie dat voor ogen houdt, kan meteen aan het werk met veel
van onze gebruikelijke kamerplanten.
Daarbij moet men wel bedenken dat
eigenlijk geen enkele plant bedoeld is om in huis te worden gehouden. Hun
plaats is in de vrije natuur, onder de omstandigheden waar ze het best gedijen.
Onze kamerplanten zijn grotendeels kasproducten, die het wel een poos binnen
kunnen uithouden, mits goed verzorgd, maar toch nooit héél oud worden. Voor
Bonsai is dat jammer. Bovendien levert het “verkrommen” van kamerplanten nog
geen Bonsai op. Evenmin als het houden van vetplanten, die toevallig op
boompjes lijken. De handel speelt in op de huidige vraag door aanbieden van
dergelijke zaken. Men moet daar wel op bedacht zijn.
Er zijn echter veel soorten die in
ons klimaat zonder meer niet gedijen en die binnenshuis moeten worden gehouden.
Men moet dan wel de omstandigheden
uit het land van herkomst nabootsen. Dan moet globaal de behoefte van de plant
wat betreft tempratuur, vocht en licht bekend zijn. Dat is echter minder
moeilijk dan het lijkt.
Men onderscheidt tropische en
subtropische soorten, die ieder hun eisen stellen.
Bij aankoop van Bonsai steeds goed
naar de soort informeren. Sommige handelaren verkopen alles voor binnen, ook
als de planten er niet voor geschikt zijn.
Haal ze even uit de pot om de
wortels te controleren. Let op of er een behoorlijk gat in de pot zit!
Op de markt komen steeds meer
groene planten die geschikt blijken om binnenshuis te worden gehouden. Dat zijn
géén Bonsai, ze zijn er wel naar te vormen in sommige gevallen. Experimenteert
u naar hartelust!
Licht is vaak een probleem. Dan
kunnen plantenlampen goed dienst doen. De meeste planten hebben tussen 200 en
1000 lux nodig, bij een belichtingstijd van 10 – 16 uur per dag. Pas op voor de
warmte van de lampen, zet ze niet te dicht op uw plant.
Kortom, het kweken van
binnenbonsai kan even fascinerend zijn als die voor buiten!